Lastig onderwerp: digitale soevereiniteit

      Reacties uitgeschakeld voor Lastig onderwerp: digitale soevereiniteit

Toen cloudcomputing bekender werd op de Europese en Nederlandse markt kwam incidenteel de vraag of het wel goed was data op niet gekende systemen op onbekende locaties neer te zetten. Het antwoord daarop verschillende sterk. Uit die tijd stamt ook het begrip digitale soevereiniteit. Anno 2019 krijgt dat begrip in de EU een groter gewicht dan we ons in Nederland realiseren.

Profiteren

Nederlandse datacenter, providers en IT bedrijven hebben fors geprofiteerd van het positioneren van de regio Amsterdam als een van de peilers van FLAP. Honderden bedrijven laten in de FLAP en daarmee ook rond Amsterdam de data opslaan en bewerken, ook als zij geen eigen presence in die regio hebben. De Nederlandse sector heeft de instroom van klanten en omzet goed weten te managen.

Marktkennis

De vraag was en is zelfs zo groot dat men het zich kan permitteren complexe vragen van potentiële klanten te negeren. Dat is tot nu toe businesswise niet schadelijk gebleken – de orderboeken zijn immers goed gevuld. Voor de langere termijn is het echter wel een risico als men niet begrijpt wat de gevoeligheden van marktpartijen zijn. Als daar een lijst van moet worden opgesteld staat in de top 3 “Data soevereiniteit”.

Uit de publicaties en presentaties van de sector valt op dat dit begrip weinig tot geen aandacht krijgt. Men weet dat er landen en sectoren zijn die dat belangrijk vinden, maar lijkt het weg te wuiven als een detail in een globale markt. Er zijn redenen om vraagtekens te zetten bij die houding en het achterliggende niveau van marktkennis.

De verreweg belangrijkste deelmarkt in de EU is Duitsland. Het is naar aantal inwoners en bedrijven de grootste lidstaat. Nederlandse IT bedrijven worstelen met het betreden van die markt. De eisen die worden gesteld heten lastig te zijn. Het verdiepen in de trends is bijna nergens een prioriteit, de business vanuit makkelijkere markten komt immers aangewaaid.

6 van de 10

De Duitse markt links laten liggen is niet slim. Wat het Duitse bedrijfsleven belangrijk vindt komt bijna altijd via de politiek ook op de Brusselse agenda te staan. Het punt digitale soevereiniteit heeft de potentie ook vanuit Berlijn naar Brussel te gaan. Recent onderzoek van ECO geeft aan dat 6 op de 10 Duitse ondernemers het belangrijk vindt dat de landelijke politiek meer werk maakt van digitale soevereiniteit. Achter het begrip gaat meer dan eigen data in Duitse datacenters op Duitse grondgebied. Het zegt ook iets over het gebruik van software en clouddiensten, glasvezelverbindingen, stroomverbindingen en dat alles in een EU context.

Let wel: het is niet uitsluitend ECO dat hier onderzoek naar laat doen. Ook denktanks als de vooraanstaande (en politiek belangrijke) Betelsmann Stiftung leveren een bijdrage. Los van de invalshoeken die zij kiezen, zij vormen en voeden een brede discussie die echt zal losbarsten zodra de e-privacy verordening meer vorm krijgt.

Lastig

Het zal voor veel Nederlandse IT bedrijven nu nog lastig zijn die Duitse wensen te vertalen naar kansen en bedreigingen voor de Nederlandse sector. Het gebruikelijke reflex dan maar andere markten te bedienen kan wel eens de verkeerde keuze zijn.

Twee actuele ontwikkelingen dwarsbomen die ambitie en zijn overigens mede de oorzaak van de Duitse zorgen. Brexit en de handelsoorlog tussen Washington en Beijing zijn te belangrijk om genegeerd te worden. Los daarvan, maar zeker niet minder belangrijk, is er nog de zorg om spionage en diefstal van data en IE door andere staten.

De roep om meer digitale soevereiniteit moet in eerste plaats in die samenhang worden gezien en niet als een methode de Duitse of EU markt op slot te doen voor nieuwe toetreders. De argumenten pro digitale soevereiniteit worden inmiddels ook in Nederland wel vaker genoemd. Daar verantwoord op reageren, zonder de juiste internationale context te kennen, is extreem lastig. Die boot afhouden zal niet lukken, al was het maar omdat de nieuwe Europese Commissie met dit dossier aan de slag wil.