Wat Supermicro ziet moet iedereen verbazen

      Reacties uitgeschakeld voor Wat Supermicro ziet moet iedereen verbazen

Hardware vendor Supermicro zal de laatste dagen van het jaar 2019 menigeen aan het denken mogen zetten. Onderzoek dat heeft heeft laten uitvoeren en dat de basis vormt voor een rapport over duurzaamheid bij datacenters komt namelijk tot een paar hele rare conclusies.

Supermicro is in de datacentersector een bekende speler. In bijna elk datacenter dat bezocht kan worden is ergens wel de ovale badge te zien. Het marktaandeel van de formeel Amerikaanse bouwer van onder andere servers en storage systemen ligt volgens IDC rond de 5%. Dat klinkt weinig, maar het is daarmee (stand Q1-2019) wel de gedeelde nummer 4 op de wereldranglijst.

Naast met grote regelmaat nieuwe hardware in de markt zetten stuurt het bedrijf de klanten, prospects en het kanaal ook de nodige fanmail. Daartussen zat in oktober 2019 het verzoek mee te doen aan een online enquête. Die is door 1.362 bij het bedrijf bekende personen ingevuld. Dat het om bekende personen gaat is belangrijk, omdat zo is voorkomen dat input werd gegeven door medewerkers van de concurrentie of scholieren en studenten die daar wel de lol van inzien. De personen die hebben meegedaan hebben allemaal iets met een datacenter te maken. De definitie datacenter verdient daarbij wel de uitleg dat dit de Amerikaanse benaming is. Een onderscheid tussen (colo) datacenter en de grotere inhouse serverruimte worden niet gemaakt. Het is echt iets voor Nederland de nadruk te leggen op het verschil tussen die twee ruimtes.

Dat gezegd hebbende is het ook verklaarbaar waarom de antwoorden soms anders zijn dan de lezer zou verwachten. Er is echter een bevinding die ook Supermicro niet kan plaatsen. Helemaal aan het eind geeft het aan dat de antwoorden op een vraag nader zullen moeten worden onderzocht. Het gaat daarbij om de antwoorden op de vraag op het “Data Center Delivery Model”. Voor het gemak kan dat worden vertaald met “waar staan de data / applicaties?)

Het blijkt dat afgelopen jaar 50% van de deelnemers aan het jaarlijkse onderzoek “in-source model” als meest gebruikt model hanteert. Vorig jaar was daar de score 42%. Een afwijking van 8% is te groot om onbesproken te blijven. De helft van de onderzoekspopulatie vertrouwt de data toe aan een in-house, of onpremise omgeving toe. Omdat de som niet meer dan 100% kan zijn moeten er dus ook “delivery models” marktaandeel verloren hebben. Dat zijn de modellen “Hybrid cloud” -7% en Cloud via een managed cloud provider ( –4%).

De nadruk van het onderzoek ligt overigens op de vorderingen en methoden om een datacenter duurzamer te krijgen. De vooruitgang die daar mogelijk is en wordt geboekt is in het 14 pagina’s tellende PDF bestand natuurlijk terug te lezen. Het is echter minder bevreemdend dan die verschuiving in de mix van locaties waar data en applicaties. De markt lijkt er niet van op te kijken en de pers schijnt het onderzoek niet te kennen. De verbazing blijft daarom uit en of dat is zelf ook weer raar.

Share: